VAN KHOZIKODE NAAR GOA

Ja, we zijn er nog! Iedereen weer bedankt voor de mailtjes en berichtjes.
Vorige keer waren we in Khozikode in Kerala. Wilden daar de houten Tali-tempel bezoeken, maar niet-hindoes krijgen geen toegang. Toen met tuk-tuk naar de moslimwijk Thekkepuram, waar 10e en 11e eeuwse houten moskeeën staan.
We kwamen daar een man tegen, die al jaren in Dubai werkt. Heel veel mannen uit Kerala werken in het Midden-Oosten wat ook aan de vele grote en mooie huizen te zien is. Hij liet ook een foto van zijn eigen prachtige huis zien.
Werden uitgenodigd bij zijn zus, die in het vroegere ouderlijk huis woont thee te drinken. Jammer genoeg sprak de zus geen Engels, maar met handen en voeten kom je een heel eind.

De volgende dag naar Kannur (5 uur met de bus voor 90 km! stopte bij “elke boom”), waar we in een nieuw hotel terecht kwamen. In Kannur vinden de hele winter Theyyem-ceremonies in dorpen plaats en de receptionist vertelde dat er de volgende dag in een dorp vlakbij zo’n ceremonie was.
Theyyem is een thetrale ceremonie, waarbij de uitvoerders geen rol vertolken, maar de God worden en magische krachten krijgen, b.v. dansen met een kroon op hun hoofd zo groot als een palmboom. Mensen van de lagere kasten zijn deze Goden. Het publiek gelooft door aanwezig te zijn iets van de goddelijke krachten over te kunnen nemen en geven de Goden geld, en kregen een handje rijstmeel? terug dat ze op aten en op hun voorhoofd smeren.

Dit was dus een meevaller voor ons en behalve een Italiaanse toerist waren er alleen maar lokale mensen. Het was heel bijzonder om te zien. De ceremonie duurt 3 dagen en wij waren er de laatste dag, waarbij de grootste kroon gedragen werd. Het was me daar heet! Moe en doorgezweet kwamen we terug in het hotel, waar een koude douche wonderen verrichtte.
De volgende dag zijn we naar het strand gelopen, waar we onder een boom in de schaduw naar lokale mensen hebben zitten kijken die aan het pootje baden waren.

Na Kannur zijn we via Mangalore met de trein naar Goa gereisd voor onze laatste stop voordat we vanuit Mumbai naar Nederland vliegen.
Hier hebben we in Benaulim een appartement gehuurd, waar we 3 jaar geleden ook waren. Er is een zwembad en we hebben een groot balkon, grote huiskamer met kitchenette en aparte slaapkamer en badkamer. De eigenaar, Bryce kwam ons welkom heten want hij herinnerde zich ons van 3 jaar geleden.
In Benaulim zitten heel veel Russen, die hier voor 10 dagen heen vliegen. Verder ook veel gepensioneerden. Het is nu heel rustig. Het strand is op loopafstand en onderweg zien we visjes die liggen te drogen, ossen in het veld, ijsvogels en andere vogels + roofvogels in de lucht.
We brengen onze dagen door aan het strand, waar we in de schaduw onder een soort partytent liggen te lezen. We hebben leuke en goede gesprekken met Bryce; lopen eens naar het dorp voor boodschappen voor ons ontbijt (hebben een grote koelkast) en maken een praatje met deze of gene. Eind van de middag met een lekker drankje op het balkon en daarna heerlijk eten: veel vis, garnalen en calamaris met een biertje. Een mens kan het slechter treffen niet!

Benaulim heeft een kilometers strand met hard zand, waar we ook nog wat lopen. Ik doe ook wat oefeningen voor mijn bovenbenen, zodat ik goed geprepareerd ben voor de heupoperatie 11 april. Heb wisselend last van mijn heup/been en zal heel blij zijn als ik van de pijn af ben.
Ik weet niet of ik hierna nog veel te schrijven heb, maar 29 maart arriveren we eind van de middag weer in Nederland met hopelijk net zoveel lenteweer als jullie nu hebben.

Advertentie

OP WEG NAAR GOA

Iedereen weer bedankt voor de mails en berichtjes.
Het is alweer even geleden dat jullie iets van ons hoorden, maar het gaat prima met ons. We genieten van de warmte, eten en tropisch fruit.
Ik verliet jullie de vorige keer in Mirissa, waar we een heerlijke week hebben doorgebracht. In de tuin van het hotel was het genieten van vogels en eekhoorntjes en ook weer een varaan en op het strand zat er een keer een ijsvogel vlakbij. We hadden ook zicht op golfsurfers (heet dat zo?); er waren sims enorme golden.
Met de volle maan op 20 januari werden we al vroeg gewekt met gezang uit de nabijgelegen tempel, wat uren duurde. De bloedmaan hebben we in Sri Lanka niet kunnen zien!

Na een week zijn we naar Unawatuna verhuisd en net als Mirissa was het onherkenbaar met toen we hier eerder waren. Sri Lanka schijnt goed in de lift te zitten met het toerisme; fijn voor de economie. Ook in Unawatuna hadden we een lekker zitje buiten met uitzicht op een mooie tuin.
Zijn vanuit Unawatuna een dagje naar Galle geweest, waar na de Portugezen ook de Nederlanders hebben gezeten en waar nog overblijfselen van zijn te zien.
Binnen het fort is heel veel opgeknapt en er zijn nu veel guesthouses en winkeltjes.

De laatste 2 dagen hebben we in Negombo doorgebracht (lekker dichtbij het vliegveld). Het guesthouse waar we zaten was geweldig met enorm aardige mensen. We hebben daar ook heerlijk gegeten.
Dichtbij was een kruidentuin, waar we enthousiast werden rondgeleid.
Vlakbij het strand was nog een kanaal, dat door de Nederlanders was gegraven, vandaar de naam “Dutch canal”.
En toen waren de 3 weken Sri Lanka weer voorbij en vlogen we terug naar Chennai in India om de volgende ochtend door te vliegen naar Cochin.
Op het vliegveld van Colombo konden we onze overgebleven Sr Lankaanse roepies niet in Indiase roepies wisselen, maar in Chennai was dat geen enkel probleem.

We hadden een kamer in Fort Cochin. Ook hier hebben de Nederlanders gezeten en zijn er nog overblijfselen van de VOC te zien.
We hebben daar hele leuke mensen ontmoet, toevallig allemaal Spanjaarden. Een Bask had zijn vrouw een paar jaar geleden verloren en wilde daar gaan wonen. Met een Italiaanse wilde hij een “business” opzetten in verse pasta. Hebben leuke gesprekken met hem gevoerd.
We hebben ons prima vermaakt met door de smalle straatjes te slenteren, bij de Chinese vissersnetten te kijken en met Indiase toeristen op bankjes aan het water te zitten. Ik was voor de Indiers echt een bezienswaardigheid met mijn grijze haar!
We hebben nog wel een toertje gemaakt naar nabijgelegen “backwaters”, waar we ook nog hebben gezien hoe touw van de “haren” van de cocosnoot gemaakt worden. Ik herinner me nog goed hoe we vroeger met onze knietjes op de cocosmat zaten!

Maar ook aan Fort Cochin kwam een einde en we zijn nu in Khozikode (vroeger Calicut) beland, maar daarover de volgende keer meer.
Nog “maar” 7,5 week en dan zijn we alweer thuis; zorgen jullie voor een beetje aangename temperaturen?

LUIEREN IN SRI LANKA

Iedereen bedankt voor mails en berichtjes; altijd weer leuk.
Ik zal jullie even jaloers maken: ik zit nu bij het zwembad in de tuin van ons hotel in Mirissa, waar we gisteren aangekomen zijn.
Maar eerst nog een laatste stukje India van voor Sri Lanka en wel Mahabalipuram, waar we een paar heerlijke dagen hebben gehad. We kennen alle hoogtepunten na alle bezoeken in India wel, maar sommige plekken blijven bijzonder. Het was net als alles heel erg veranderd met veel meer onderkomens, restaurantjes en winkeltjes.
Allereerst bij de Kusttempel wezen kijken, die uit de 8e eeuw stamt en die door erosie, zand en zout flink verweerd is. Het toegangskaartje voor deze tempel was ook nog geldig voor een andere plek, maar wel op dezelfde dag, dus wij op weg naar de 5 Ratha’s (uit rotsblokken gehouwen “triomfwagens”, die lijken op tempels of strijdwagens van tempelprocessies) uit de 7e eeuw met prachtig beeldhouwwerk; ook van een levensechte olifant en nandi=koe.

De volgendedag had ik zo’n pijn in mijn heup dat we niet meer gedaan hebben dan lezen en eten en drinken.
De dag er op hebben we de rest van de bezienswaardigheden bekeken, zoals basreliefs, gestapelde tempels, uitgehouwen grotten en weer wat ratha’s; dit alles lag dichtbij elkaar.
We hadden trouwens geluk want er was een dansfestival; wij er dus ’s avonds heen. Het zou om 18.00 uur beginnen, maar de groep kwam door vertraging niet opdagen. De klassieke danseres van 19.00 uur was wel op tijd en het was geweldig: wat een beheersing van je spieren. De volgende avond hebben we het “folk”-gedeelte van het festival gezien.
Mahabalipuram was heel rustig, maar overdag waren er busladingen Indiase toeristen, die behalve de bezienswaardigheden bezochten ook pootje baadden in zee. Er waren opvallend veel mensen in het rood, wat bij navraag aanhangers
I van de god Kali waren.

En toen was ook Mahalipuram weer voorbij en moesten we terug naar Chennai om het vliegtuig naar Sri Lanka te nemen. Omdat we om 9.30 uur vlogen had ik een hotel vlakbij het vliegveld geboekt. Alles verliep vlotjes en ook het visum hadden we snel in Colombo. We zijn 1 nacht in Colombo gebleven en hebben getracht een treinticket te boeken, maar omdat de trein al om 6.30 uur ging en je een deel per taxi of bus verder moest hebben we besloten met de bus naar Tangalle te gaan, die elk uur ging. Sri Lanka is heel groen met veel kokospalmen en bananenplanten. In Tangalle hadden we een lekkere kamer met zitje buiten in de tuin en een douche en toilet onder de sterrenhemel pal aan zee. De eigenaar heeft bij de tsunami 2 kinderen van 3 en 8 verloren. Zijn vrouw en de 2 oudsten hebben het overleefd. Na de tsunami is er nog een dochter geboren, die 13 werd toen wij er waren. Wij werden ook uitgenodigd voor het verjaardagsfeestje ’s avonds met taart en lekker eten. We ontmoetten daar veel familie en ook een Zwitser en Nederlander, die elk jaar 4 maanden in Tangalle wonen. De Zwitser heeft een huis laten bouwen en de Nederlander woont bij een familie. Het was heel gezellig.

We hebben, behalve naar de zondagsmarkt gaan, niet veel anders gedaan dan lezen, in zee plonsen en lekker eten en drinken.
Hier in Mirissa is het in tegenstelling tot Tangalle behoorlijk druk, maar we zitten in een rustig deel met een ruime kamer met balkon en zwembad in tuin, maar toch dichtbij de zee/strand. Blijven hier hier tot de 22e en zoeken nog een andere kustplaats op en vliegen dan de 29e weer terug naar India, waar we het ook heel, heel rustigaan gaan doen.

Ik heb gisteren van het Maasstad Ziekenhuis een mail gekregen dat ik 2 april daar verwacht wordt voor pre-operatief onderzoek, gesprek en informatie.
En dan 11 april de nieuwe heup.
De komende tijd zal er vast minder te vertellen zijn en minder foto’s te sturen, maar ik laat jullie wel weten hoe het met ons gaat.

HEERLIJK IN MAHABALIPURAM

Iedereen bedankt voor mails en berichtjes en goede wensen. We hopen dat jullie gezellige feestdagen hebben gehad. Wij hebben en van Kerstmis en van de jaarwisseling niet veel meegekregen. In Hampi waren er met Kerstmis heel veel Indiase toeristen, maar dat waren allemaal Hindoes en kwamen o.a. ook als pelgrims. We hebben zelfs niet kunnen proosten😥😘. Met de jaarwisseling waren we in Chennai, waar ook niet veel te merken was. We hadden wel een “drankwinkel” ontdekt en met wát knabbels hebben we er samen toch wát gezelligs van gemaakt.
We zitten nu in Mahabalipurum, waar we genieten van de rust en waar ook nog dingen te bekijken zijn. We blijven hier tot de 8e en vliegen dan 9/1 naar Sri Lanka voor een 3 weekse vakantie; d.w.z. lekker luieren op het strand.

Ik verliet jullie de vorige keer in Bijapur om van daar naar Hampi te reizen. Deze busreis verliep ook weer niet zoals gepland: er zou elk half uur een bus zijn: nou niet. Gelukkig kwam er een reddende engel, die ons een andere bus aanwees en waarmee we moesten overstappen, maar dat verliep allemaal vlot. In Hospet met een autoriksja naar Hampi, waar we gelijk met deze leuke jongeman voor de volgende dag hebben afgesproken dat hij ons rond zou rijden naar de ver uit elkaar liggende bezienswaardigheden. Hampi is in de 2e helft van de 16e eeuw door moslims verwoest, maar was daarvoor een rijke en adembenemende hindoehoofdstad, gelegen in een surrealistisch landschap van goudgele rotsen en bananenplantages.
We wisten dat de kamers in Hampi heel simpel waren en de prijzen 3x over de kop gingen met Kerstmis + alles vol zat, maar toen we de kamer zagen werden we niet vrolijk; maar wát moet je: het was gelukkig wel schoon en de mensen waren aardig.

De volgende dag veel tempels, paleizen, grotten, paardenstallen enz. gezien. Veel ligt in puin, maar er zijn ook nog juweeltjes te zien.
De laatste dag naar de nog in gebruik zijnde Virupakshatempel geweest, waar het heel druk was met pelgrims. Op de binnenplaats zaten er veel te eten en lagen er te dutten. Olifant Lakshmi was er ook, die kreeg bananen en geld; het laatste werd braaf aan een tempelpriester gegeven. Verder zagen we rituelen met kokosnoten, lepeltjes water, het aanraken van een lingam (Een fallusvormig langwerpig voorwerp, dat de scheppingskracht van de God Shiva representeert) enz. Altijd een feest om te zitten kijken.
Daarna via Hospet per bus naar Chantidurga, waar we 3 uur en 3 kwartier over deden, terwijl het toch maar 130 km was!
Een heerlijk hotel gevonden. Toen we naar buiten gingen kwam er juist een optocht langs met trommelaars, ossen en 110 ossenkarren langs. Er werd rondgesprongen, maar het werd ons niet duidelijk waar dit allemaal voor was.
De taal is toch dikwijls een probleem. In toeristenoorden/gebieden wordt er genoeg Engels gesproken, maar verder 😥.

In Bangalore hierna hebben we geprobeerd een treinticket naar Chennai te kopen, maar alles zat vol; dus luxe bus geboekt.
In het centrum van Bangalore zie je veel mooie en dure winkels (de IT-sektor groeit hier nog steeds) maar vlakbij is het weer een aftands zooitje.
We hebben het houten Zomerpaleis van Tipu bezocht, maar om daar nu 12x zoveel voor te betalen als Indiase mensen! Dat is soms wel een ergernis om als buitenlander 10 tot 20x zoveel te betalen. Arme mensen hebben daar so wie so geen geld voor. De stadsmarkt in Bangalore was een feest, maar erg modderig. Er is daar echt van alles te koop. Op de bloemenmarkt kreeg ik een roos voor in mijn haar en later nog een bloemenslinger omgehangen. Als ik al niet elke dag bekijks heb vanwege mijn grijze haar, nu met de bloemenslinger was het helemaal raak; menige duim werd opgestoken. Indiase vrouwen verven hun haar tot op hoge leeftijd zwart.
Daarna in de enorme Botanische Tuin rondgewandeld, waar het heel druk was, maar vanwege de uitgestrektheid merk je daar niet zoveel van.

De rit in de luxe bus naar Chennai duurde lang. Na 1,5 uur hadden we overal mensen opgepikt en reden we Bangalore uit, maar uiteindelijk arriveerden we toch op het busstation, dat 15 km uit het centrum lag! In Chennai hebben we tijd op de boulevard van het enorm brede strand doorgebracht en mensen gekeken want het was weer ontzettend druk vanwege de nog steeds durende vakantie. Er zijn dus ook weer heel veel selfies en foto’s met ons gemaakt. Je vraagt je toch af wat iemand daar mee moet! (“my friends from Holland”??).
In Chennai hebben we gebouwen uit de Britse tijd en kerken en tempels bekeken.

Toen we vertrokken en de bus naar Mahabalipuram moesten hebben, hebben we voor de zekerheid in het hotel gevraagd welk busstation we moesten hebben, dus wij met de motorriksja daar naartoe. Bij aankomst: de bus vertrekt hier niet meer en we zouden 15 km daar vandaan moeten zijn, Op zulke momenten ontplof je bijna, maar……alweer een reddende engel, die ons een stukje met een stadsbus meenam om ons daarna in een bus naar Mahabalipuram liet stappen.
Deze bus stopte niet in het centrum van het stadje, maar aan de grote weg. Geen probleem want er is natuurlijk altijd een motorriksja, die je naar je hotel brengt.
We zitten hier in een heerlijk hotel met een zitje buiten en beneden een tuin.

Ik stop ermee; de volgende keer meer over Mahabalipuram en waarschijnlijk niet echt veel over Sri Lanka, want daar gaan we echt luieren.

KERSTMIS IN HAMPI

Iedereen weer bedankt voor de mailtjes en berichtjes.
Ik verliet jullie in Baroda en met darmen tobbende Cor, waarna ik de volgende ochtend last had. Het was echter niet zo erg dat we niet konden reizen, dus met de bus naar Surat; een saaie rit, waarbij we ook nog in een file terecht kwamen door wegwerkzaamheden. ’s Avonds waren we allebei weer fris en fruitig.
Hoe het komt weet ik niet, maar vroeger hadden we nooit last van onze darmen; zelfs niet toen we 5 maanden in India fietsten en overdag op de gekste plekken moesten eten. Surat was een tussenstop om de reis niet te lang te laten worden, dus de volgende ochtend weer naar het busstation, waar elk uur een bus naar Nashik zou vertrekken. Nee, dus; toen we om half 10 arriveerden zou er pas een bus om half 12 vertrekken! Een aardige, Engelssprekende man zou ons op de hoogte houden en hij heeft ook voor 2 zitplaatsen gezorgd. Toen de bus namelijk arriveerde stormde een meute op de bus af en er klom zelfs iemand door het raam ; de passagiers konden niet eens uitstappen. Zoiets lang niet gezien; ik haalde zelfs mijn arm open toen iemand zich langs mij probeerde te wringen bij het instappen. Onze weldoener verrast met klompjes uit Nederland.

We begonnen de rit op de grote weg, maar al snel ging het over smalle, slechte wegen door de heuvels; wel een mooi gebied. We waren dan ook pas om 19.30 uur in Nashik. De volgende dag naar Ram Kund, een gebied aan het water met veel tempels en een heilige plek voor hindoes. Er wordt geofferd en met hindoepriesters gebeden, waarbij mannen die pas een ouder/grootouder hebben verloren hun hoofd kaal laten scheren. Ook wordt er veel “gebadderd” in het heilige water. Bij een kleine tempel werden enorme potten rijst en dahl klaargemaakt om later aan arme mensen uit te delen want ondanks de grote economische groei van India merkt de onderste laag daar niet veel van. We zien dan ook nog heel veel bedelaars en daklozen op straat, terwijl de regering pas het grootste beeld van de wereld (ik meen van Patel) heeft onthuld!
We kwamen ook nog een Chinees tegen, die in Poona werkt.
De volgende dag zijn we naar Pandav Lena geweest, waar 2000 jaar oude, uit rotsen uitgehakte grotten te zien zijn. Moesten hiervoor wel flink omhoog lopen.

De rit naar Poona voerde ons langs veel akkerbouw. Poona maakt een welvarende indruk met mooie winkels en veel hippe jongeren. Poona is de stad waar Baghwan zijn ashram is begonnen en waar mensen van over de hele wereld naar toekwamen.
De ashram bestaat trouwens nog steeds. We hebben het “Tribal Museum” bezocht, waar o.a. prachtige maskers van “stammen” uit Maharastra te zien waren. Hebben een heerlijke lunch genomen in de German Bakery. In 2010 is hier een aanslag gepleegd met 17 doden en 60 gewonden. Tegenwoordig zie je hier geen sayassins uit de ashram meer, maar welgestelde Indiase jeugd.
Daarna zijn we naar Kolhapur gereisd; ook nu weer op de grote weg goed wegdek, maar door de heuvels slecht. De Mahalakshmitempel hier uit de 18e eeuw is de plek voor hindoes om te bidden en offeren aan de godin Mahalakshmi. Op ons gemak daar alles zitten gadeslaan.
’s Middags naar het gigantische paleis van de familie van de Maharadja, die op de 1e verdieping woont. Beneden is een museum, waar vooral de Audientiezaal prachtig was met houtsnijwerk, gebrandschilderde ramen en een mozaïekvloer.
De laatste maharadja was een frekwent jager en er waren daar veel foto’s van evenals opgezette dieren. Hij heeft de halve tijgerpopulatie van heel India afgeschoten.

Voor Bijapur kon ik via booking.com of een andere site geen hotel boeken, dus zijn we gisteren maar op de bonnefooi gegaan. Bij aankomst ik dus, net als vroeger hotels langs, maar toch wat gevonden voor 2 nachten. Het bleek n.l. dat heel veel Indiase mensen in deze periode op pad gaan. Kerstmis wordt dan wel niet gevierd, maar is wel een officiële feestdag.
Vandaag eerst op jacht naar geld gegaan. De eerste ATM gaf maar 5.000 roepies=75 euro, dus dat was niks. Daarna geldwisselkantoor geprobeerd te vinden zonder resultaat, maar uiteindelijk een ATM gevonden die 10.000 roepies gaf; ook niet veel, maar met 2x pinnen gaat het wel weer even.
We hebben vandaag een enorm mausoleum bezocht; Bijapur was 3 eeuwen lang de hoofdstad van machtige moslimheersers met veel overblijfselen/ruïnes uit die tijd. De grote hal is met 1700 m2 m de grootste van de wereld na de St Pieter in Rome en maar 5 meter smaller. Wenteltrappen leiden via de 8-hoekige torens met 7 verdiepingen naar de Fluistergalerij, waar van gefluister geen sprake was. Wat een hoop mensen (ook veel scholieren) die stonden te schreeuwen.
We hadden dat omhoog lopen/klimmen beter achterwege kunnen laten, want we hadden daarna flink last van ons rechterbeen/heup.
Verder hebben we nog de Jama Mashid bezocht met een mirhab met bladgoud.
De verdere monumenten waren niet echt interessant.

Morgen vertrekken we naar Hampi. Jullie horen wel hoe we daar de Kerst hebben doorgebracht. In Kolhapur zagen we trouwens 2 winkeltjes met kerstversiering.
Iedereen Gezellige Kerstdagen.

BELEVENISSEN KUTCH

Iedereen weer bedankt voor de reakties; altijd weer leuk.
Jullie hebben Sinterklaas alweer achter de rug en Kerst komt er aan. Wij merken daar allemaal niets van; hoewel 3 jaar geleden jonge mensen in het centrum van Calcutta (nu Kolkata) met rode kerstmutsen opliepen en daar ook verlichting was. Waar we dit jaar met de Kerst en Nieuwjaar zijn: we hebben geen idee. We reizen op ons gemak naar Chennai (vroeger Madras). Wat wel vaststaat (en omdat we het land uit moeten ï.v.m. veranderde visaregels) is dat we 9 januari naar Sri Lanka vliegen en daar lekker 3 weken gaan luieren om dan nog 2 maanden in het Zuiden van India te blijven/rond te reizen.

Ik verliet jullie in Ahmedabad om een ander deel van de staat Gujarat te verkennen, n.l. Kutch met aan de noord- en oostkant moerassen die in de moessontijd onder water komen te staan.
We hebben ons in Bhuj geïnstalleerd. Toen we in 2001/2002 door een deel van India fietsten hadden we tevoren gedacht ook naar Kutch te gaan, Wat niet door kon gaan omdat 26 januari een hevige aardbeving plaatsvond, waarbij Bhuj het hevigst was getroffen en er 20.000 mensen zijn omgekomen. Alles is weer opgebouwd, maar het grootste deel van de charme van Bhuj met zijn ommuurde binnenstad is verdwenen.
We hebben in Bhuj 2 paleizen bezocht: de Aina Manal, die uit de 18e eeuw stamt en het ernstigst beschadigd was, maar de beroemde Spiegelzaal is bespaard gebleven, hoewel het dak instortte. Het zag er allemaal stoffig en op elkaar gepropt uit.
De Prag Mahal uit 1860 is in Brits, Kutchi en Italiaanse stijl gebouwd en wordt nog steeds gerestaureerd. Er waren flinke scheuren te zien; ook in de klokkentoren, die je mocht beklimmen!! Hier had je meer het idee dat je een Paleis bezocht. In dit Paleis was een informatietafel over Kutch en Bhuj, bemand door Pramod Jethi, die veel studie heeft gedaan naar de kunstnijverheidsdorpen en de “stammen” in Kutch met verschillende kleding en daar ook een boekje over heeft geschreven. Met hem afgesproken dat we 2 dagen met een auto met chauffeur en hem als gids wat dorpen in het noorden en zuidoosten zouden bezoeken.
Bhuj is een stuk rustiger dan waar we tevoren waren, maar nog wel even smerig. Mensen vegen vlak voor hun huis of winkel, maar ruimen het niet op. Bovendien laat iedereen alles uit zijn handel “vallen”; voeg daarbij alle koeienvlaais en poep van de vele zwerfhonden en je heb het plaatje misschien voor je.

Onze eerste dag met Pramod voerde ons eerst naar Nirona. Onderweg grote kuddes koeien en geiten en ook kamelen, terwijl alles dor en droog is. In Bhuj zag je ook enorme kuddes koeien; mensen in auto’s en riksja’s kopen een of meerde bossen “groen” voor de koeien want……die is heilig.
Bij de eerste familie lakwerk zien maken op een heel andere manier dan we in Birma hebben gezien. Het voert te ver om het allemaal uit te leggen, maar een gekochte lepel is bij ons thuis te zien. Bij de volgende familie werden koperen koeienbellen geslagen en bij de derde was de bijzondere rogankunst te zien, waarbij met o.a een mix van castorolie en natuurlijke kleurstof met een “naald” die de stof niet raakt een patroon wordt geverfd. Premier Modi heeft President Obama destijds een schitterend doek kano gedaan.
Hierna naar Than, waar voor de aardbeving een Klooster stond van een Tantrische orde van hindoesadhoes, genaamd Kamphata (gespleten oor) naar de zware oorringen die ze dragen. De meeste gebouwen lagen in puin, koeien liepen rond, duiven vlogen overal rond en er zaten ook vleermuizen. Het hoofd van de orde zat daar met een assistent en pelgrims opium te roken.
In het dorp Bhirendiara werd borduur- en patchwerk gemaakt. De mensen wonen in beschilderde hutten.

De 2e dag kwamen we in een dorp, waar de tempel veel bezoek kreeg van Ahir-vrouwen. Kwamen daarna bij een familie, waar geborduurd werd en waar we geconfronteerd werden met een man van 30 en 2 zusjes van 25 en 20 jaar, die een erfelijke ziekte hebben waarbij de botten zomaar breken en er allerlei vergroeiingen optreden. De man had een elektrisch karretje, waarmee hij in het dorp rond kon rijden. Een zusje lag op een bed en de ander op de grond en …….ze waren zo vrolijk. Van het zusje van 25 hing een foto aan de muur toen ze 5 was en ze vrolijk in een mooie jurk poseerde en er nog niets te zien was.
Schrijnend om dit te zien en te beseffen hoe goed alles bij ons geregeld is ondanks de soms ook terechte klachten. De vader is chauffeur op de schoolbus en de moeder verzorgt de kinderen. De staat Gujarat betaalt 8 euro per maand p.p., terwijl dat in andere staten het viervoudige is.
Las vandaag in de krant over een miljardairsdochter, die met een miljardairszoon trouwt in Jodphur trouwt en wat dit feest gaat kosten!!
In het stadje Anjer wonen Ahirs, Rambaris, moslims en hindoes. Hier hebben we een poosje op een stoepje zitten kijken. Oudere Rabarivrouwen hebben nog tattoes, maar jongeren willen dat niet meer. Wij zijn voor hen net zo bijzonder als zij voor ons. Het verschil in kleding is dat Rabaris een zwart, geplooid bovenstuk dragen en de Ahirs een gekleurd.
In Ajrakpur hebben we schitterend Ahir-borduurwerk gezien, wat op bestelling gemaakt worden. De meisjes/vrouwen borduren van 8 tot 16 uur. Bij een andere familie blokdrukwerk gezien. Tot slot bij een familie weven gezien. De vader van 6 zonen bemoeit zich niet meer met het bedrijf en gaf mij een sjaal (omdat het buitenland geholpen heeft na de aardbeving).

In Bhuj nog een museum bezocht met veel textiel waaronder prachtig borduurwerk.
Onze laatste dag in Bhuj met de bus naar Mandvi geweest, waar nog dhows= tradioneel Arabische zeilschepen gebouwd worden. Zagen hier ook nog flamingo’s.
Daarna op het strand geweest, waar allerlei aktiviteiten te beoefenen zijn; paardrijden, in een banaan rondgevaren worden, een squad huren en nog veel meer. Er waren maar weinig mensen in het water, vrouwen met kleding en mannen in korte of onder-broek. Ook nog de plaatselijke lekkernij: dhabeli, broodje met gekruide linzen en pinda’s gegeten.
We hadden nog wel iets meer van Kutch willen zien, maar alles is behoorlijk prijzig. Indiase mensen komen of met hun eigen auto of met een toertje en voor buitenlanders zijn sommige dingen fiks duurder; om nou meer dan 100 euro te betalen om wilde ezels of een zoutvlakte te zien (die van Uyuni in Bolivia hebben we 2x gezien) vonden we wat te gortig.
Dus via Ahmedabad naar Baroda gereisd, Wat een vervallen en super-smerige stad is, hoewel we vanuit de bus door mooie buitenwijken kwamen.
Wat door bazaar en oude gebouwen geslenterd, maar vandaag heeft Cor buikloop, dus mooi tijd voor o.a. dit verslag en straks foto’s.
Morgen vertrekken we via 1 nacht Surat naar Nasik, een hindoe-bedevaartplaats.
Jullie lezen het allemaal weer.

NA PUSHKAR NOG STEEDS GENOEG TE BELEVEN

Iedereen weer bedankt voor de mailtjes en reacties. We genieten nog steeds volop van India.
Na Pushkar zijn we nog 2 dagen in het vlakbij gelegen Ajmer geweest, waar we de bizarste bezienswaardigheid van Ajmer gezien hebben: de Spiegelzaal Soniji-ki-Nashiya; rond 1820 in opdracht van een diamantmagnaat gebouwd: een diarama-achtig eerbetoon aan het leven van Rishabka, de eerste verlichte jainleermeester die vergoddelijkt is. Het tableau bevat een ton goud; je weet niet wat je ziet.
De volgende dag naar de Dargah Khwaja Sahib met o.a. de tombe van de vereerde soefi-heilige Khwaja Muin-ud-din Cristi en het belangrijkste islamitisch heiligdom van India. 7x hier komen staat gelijk aan 1x Mekka. Duizenden pelgrims komen hier dagelijks, die manden met rozenblaadjes bedekt met een zijden doek met brokaat bij de tombe achterlaten, waarbij ze licht bestreken worden met pauwenveren. Niet-moslimmannen moesten een witte zakdoek om hun hoofd binden. Wij waren daar ook een bezienswaardigheid en staan weer op heel wat selfies en foto’s. Het grappige was dat ik mijn camera in bewaring moest geven, maar een mobieltje mag wel. Nou hadden we dat al een keer meegemaakt, dus ik neem altijd mijn mobiel mee. Er was op het grote complex genoeg te beleven en we hebben er flink wat tijd doorgebracht. Daarna nog naar het oudst overgebleven monument van Ajmer: in 660 gebouwd als jaintempel, in 1153 verbouwd tot hindoeschool en 40 jaar later werd het weer een moskee. In de bazaar was er op sommige plaatsen bijna geen doorkomen aan zo druk was het met pelgrims.

De volgende dag weer vroeg op voor de trein naar Udaipur. Verwend als wij zijn met ons openbaar vervoer zit je toch wel ongemakkelijk in Indiase treinen
(ook onze leeftijd), die nog uit de tijd van de Britten stammen, maar……alles went na een poosje.
In Udaipur hadden we een homestay geboekt bij een aardige familie met 2 dochters van 14 en 8 jaar. Udaipur kenden we na 25 jaar niet meer terug; er zijn zoveel hotels en restaurants bijgekomen en er is een soort strijd gaande wie het hoogste dakterras heeft. Ook hier in de oude stad weer vol motoren en auto’s, terwijl iedereen haantje de voorste wil zijn. De heilige koe mag natuurlijk ook niet ontbreken, dus het is overal goed opletten geblazen.
Vandaag was weer een feestdag (volle maan in november en ook de laatste dag van de Pushkarfair) en overal op het water zag je lichtjes. Hebben daar aan het water ook 2 restaurantjes ontdekt met lekker eten en buiten alle drukte.
En toen we bij ons logeeradres terugkwamen vielen we met onze neus in de boter? want naast ons was een tempeltje en die avond werd geld ingezameld voor een nieuwe tempel: urenlang eentonig getrommel en gezang dat godzijdank om 23.00 uur ophield.

Het City Paleis, met zijn sprookjesachtige uitzicht op het Picholameer is gedeeltelijk museum het was weer kruip- en sluipdoor geblazen met trappen op en af. Het was weer prachtig en we hebben er uren doorgebracht.
Terug in het hotel hoorde ik ineens weer tromgeroffel, dus ik naar buiten, waar ik een jongetje op een paard zag zitten en iedereen klapte en danste. De vader klom ook op het paard en er werd geld gegeven. Nadat er nog meer harde muziek bijkwam vertrok de stoet. Bij navraag was er een wens om een zoon in de tempel gedaan en nu die zoon 5 jaar was ging zijn haar er af en werd dat in de tempel geofferd. In de homestay was Manuel, een Nederlander uit Oudewater, met zijn Indiase vrouw Sahiba, inmiddels gearriveerd en we hebben gezellig gekletst. Zij komt uit een moderne Sikh-familie, die in Delhi woont en ze hebben elkaar 6 jaar geleden in de trein ontmoet. Toen Sahiba in Nederland zou gaan wonen moesten ze van de ouders eerst trouwen (in Delhi). Ze hebben inmiddels een dochtertje van 2 jaar, die nu bij opa en oma in Delhi was. De volgende avond hebben we gezellig met zijn vieren gegeten. Die dag zijn we naar de Tibetaanse markt geweest en hebben lekker langs het meer gezeten.
De volgende dagen zijn we naar mooie tuinen geweest met fonteinen, aangelegd voor de konklijke dames en hun hofdames. Een oude haveli=koopmanshuis was ook zeker een bezoek waard. ’s Avonds was daar een folkloristische dansshow, waar ik door het op elkaar gepakt zitten enorm last heb gekregen van een spier in mijn rechterdij (ja, het been van de versleten heup) en dat terwijl ik tijdens de dansshow een 72-jarige vrouw met 6 potten op haar hoofd heb zien dansen!
Met pijnstillers en gel goed geslapen en de volgende dag met een taxi door het platteland naar Fort Kumbalgarh. Onderweg zie je boeren met ossen werken op het land en vrouwen met waterkruiken en takkenbossen op hun hoofd. Er zijn overal waterpompen. De laatste 3 km naar het fort kon de taxi niet verder omdat de weg geasfalteerd werd. Later hoorden we dat komende week een aantal hotemetoten daar op bezoek komt. Extra verdiensten dus voor de brommerboys, die de mensen naar boven en beneden reden.

Het fort is het grootst van de 32 forts uit de 16e eeuw en heel imponerend.
We moesten een heel eind omhooglopen, waar behalve het uitzicht op tombes en tempels niets te zien was. Een foute keuze dus omhoog te gaan lopen want sindsdien heb ik veel last van mijn rechter bovenbeen.
Na het fort naar Ranakpur gereden; wat opviel was dat er onderweg zoveel luxe resorts staan.
De Jain-tempels in Ranakpur vonden we weer net zo mooi als in 2001. De hoofdtempel staat op een sokkel van 60 vierkante meter en wordt gedragen door 1440 afzonderlijk bewerkte pilaren. De reliëfs op de muren en de plafonds zijn zo mooi; en alles van marmer. Die avond was ik misselijk van de pijn in mijn been en heb met pijnstillers op bed gelegen en de volgende dag met stok naar water gelopen en niet veel bewogen.
Die avond waren we door de familie uitgenodigd voor het eten. Wij dachten dus dat we met zijn vieren zouden eten, maar niets daarvan. Wij samen op de bank, waar we ’s ochtends ook ontbeten en de familie tegenover ons op stoelen zonder eten. Op een gegeven moment ging de heer des huizes ook een bord eten pakken.
We kregen jeerarijst en een prutje met een of andere wortel. Ik verdenk de heer des huizes ervan ons te hebben uitgenodigd voor een goede beoordeling op booming, want nadat een Indiase familie een slechte beoordeling had gegeven, had hij het alsmaar over de beoordeling,

Gisteren met een semi de luxe slaap/zitbus, waarin mijn stoel niet naar voren kon en ik de hele reis achterover hing naar Ahmedabad. Wie zegt dat reizen leuk is, ha,ha 😘. De weg Udaipur-Ahmedabad wordt verbreed, dus een lekkere stofzooi en een herinnering aan onze fietstocht in India in 2001.
In Ahmedabad hebben we moskeeën en bazaars bezocht, waarbij het leek of de ene helft van de stad spullen aan de andere verkoopt. Ik weet ook weer waarom ik hier geen vlees eet!
Het Volkskunst Museum vandaag was zeer de moeite waard met uit alle delen van Gujarat prachtige dingen.
Morgen gaan we met de bus naar een voor ons nieuw deel Gujarat: Kutch met veel kunstnijverheidsdorpen en “stammen”. We stationeren ons in Bhuj en kijken daar hoe we alles kunnen regelen. Het is nog steeds warm en zonnig, maar heilig overdag en ’s nachts koel. Met mijn been gaat het langzaam beter. Tot de volgende keer en weet dat we het altijd leuk vinden iets van jullie te horen.

PUSHKAR/CAMELFAIR

Daar ben ik alweer, maar ik had Pushkar nog beloofd.
Wij hebben een fantastische week in Pushkar gehad. Ons hotel was lekker met zijn tuin en terras; regelmatig vogels en eekhoorntjes gezien, maar die laatsten zie je echt overal ook in een straat in de stad. De service in het hotel evenaarde niet de prijs die tijdens het festival 3x zoveel is, maar dat is India.
Onze eerste dag zijn we naar de kamelen geweest, waar er heel wat van waren al zei iemand dat er vroeger meer waren. Kamelen worden gekocht en verkocht en je kan er op rijden of je in een karretje achter de kameel laten vervoeren.
Kamelenkeutels worden gedroogd en daar wordt mee gekookt. Hele families bivakkeerden daar ook in het woestijnzand. Een heleboel kamelen worden versierd en met zwarte verf wordt de kop en rond de staart beschilderd.
Toen we op weg waren naar het heilige meer probeerden neppriesters ons tot een ritueel aan het meer te verleiden, maar we kenden die truc van 25 jaar geleden nog (1e keer India!). Je krijgt bloemblaadjes in je hand gedrukt, die je samen met een “gebed” van de neppriesters in het water moet strooien. Je wilt op zo’n moment respekt tonen, maar als je jezelf dan opeens een belachelijk bedrag hoort noemen dat je gaat doneren word je wakker. Je hebt dan al een rode stip op je voorhoofd en krijgt een rood koordje om je pols, na natuurlijk een klein bedrag gedoneerd te hebben. We moesten dan ook stiekem gniffelen als we buitenlanders met een rode stip zagen rondlopen.

We hebben elke dag een siësta ingelast want tot nu toe is het overdag nog steeds 30-33 graden. De nachten zijn nu ongeveer de helft daarvan, dus wel goed slapen. Bovendien lopen we natuurlijk niet al te best.
Elke dag/avond was er wel iets te beleven/zien.
Zo werden de eerste avond rond het meer waxinelichtjes aangestoken, terwijl er van alle kanten een kakofonie van gebeden tot je kwamen. In de omtrek van het
meer staan zo’n 500 grote en kleine tempels en iedereen wil zich laten horen.
Overdag neemt het groeiend aantal pelgrims een bad in het heilige meer, waar we regelmatig van bovenaf naar hebben zitten kijken.
Op het festivalterrein was ook van alles te doen: spelletjes tussen Indiase en buitenlandse jongeren, zelfs een cricketwedstrijd in “Langaan stijl” tussen een Indiaas en Australisch team en de wedstrijd, wie de mooist versierde kameel had, de best dansende kameel en -paard had (deze 2 laatsten vond ik dierenmishandeling) en de man met de mooiste/langste snor.
Tussen buitenlandse stellen was er ook nog een wedstrijd wie het snelst en mooist een tulband had gemaakt op het hoofd van de partner.
’s Avond was er ook nog een muziekprogramma op het festivalterrein, wat je van ver kon horen dus niets voor deze twee. Waren een avond bij het meer bij een speciale ceremonie, waar het geluid uit de boxen je trommelvliezen bijna deed scheuren. De priester zwaaide met brandende “toortsen”. We hebben zoiets nog veel grootser in Varanassi gezien.
We zijn ook een avond naar klassieke dans geweest, die door studenten van de muziek-, dansschool werd uitgevoerd; beter voor onze oren.
Buiten het festivalterrein was er ook nog een kermis en overal langs de weg zaten mensen met hun meegebrachte waren; je kan het zo gek niet bedenken of het werd er verkocht; naast de al bestaande winkeltjes. Natuurlijk was er ook van alles te eten en drinken in stalletjes.

Kwamen op een avond ook nog een bruilofsstoet tegen met de bruidegom op een paard, want ja ook dat gaat door als de sterren gunstig staan.
Vandaag zijn we uit Pushkar vertrokken; het festival was nog wel niet afgelopen, maar de voor ons leukste dingen waren geweest en het steeds maar groeiende aantal pelgrims versperde de nauwe straten, waar dan ook nog de nodige motoren doorheen kwamen. Je vraagt je af waarom de organisatie daar geen paal en perk aan stelt. Auto’s en motorriksja’s moesten gelukkig wel omrijden. Een dag was er ook nog een grote optocht van de politieke partij BJP en kon je helemaal geen kant uit (7/+2 zijn er verkiezingen in Rajhastan).
Maar ………we hebben genoten. Tot de volgende keer maar weer.

WEER VOLOP AVONTUUR!

Iedereen weer bedankt voor reacties, mailtjes en berichtjes; altijd leuk iets van jullie te horen.
Ik verliet jullie op onze laatste dag in Jodhpur; toen we naar buiten gingen vroeg de eigenaar van het hotel hoe we morgen naar Jaisalmer gingen: hij die steeds gezegd had dat er elk uur een bus ging. Op ons “met de bus” riep hij “oh nee: er rijden morgen vanwege Diwali helemaal geen bussen” en maar “sorry, sorry” zeggen. Er zou wel een trein om 05.00 uur gaan, maar daar hadden we geen zin in. Nou “werkte” in het hotel een man met een (oude) auto, die steeds gevraagd had of hij ons naar Jaisalmer mocht rijden, dus…..dit was zijn kans. Die nacht heel slecht geslapen vanwege knallend vuurwerk; soms leek het wel of de stad gebombardeerd werd.
Om 10 uur de volgende ochtend stond de 15 jaar oude auto met ronkende motor voor; als de motor afgezet wordt start ie niet en moet ie aangeduwd worden.
Vanwege Diwali was er maar weinig verkeer op de weg en voor drink- en plasstop met draaiende motor waren er geen problemen en we werden keurig voor ons geboekte hotel afgezet.

Vanwege Diwali waren de hotelprijzen het dubbele, maar de service was niet navenant. We hadden een hotel buiten het fort geboekt omdat de fundering van het fort erodeert door toenemende problemen met de afwatering mede door het toenemend toerisme. Een oplossings zou zijn dat iedereen uit het fort trekt en alles goed gerepareerd wordt, maar daar wil niemand iets van weten, dus erodeert het verder, Vanaf het dakterras hadden we een prachtig uitzicht op het fort dat ’s avond verlicht wordt. ’s Nachts weer veel plezier gehad van al het knallend vuurwerk dat nog lang niet op was.
Om het fort binnen te komen moest er flink geklommen worden; tesamen met wandelaars en motoren die van twee kanten de poorten door wilden. De scholen hadden nog tot de 15e vakantie, dus volop Indiase toeristen.
We begrijpen nog steeds niet dat het overal zo vies is; mensen zijn heel schoon op zichzelf en binnenshuis ook, maar daar buiten! Bergen afval, die af en toe wel weggehaald wordt en dan weer ergens anders terechtkomt en overal koeienstront; net als 25 jaar geleden.

Om het paleis te bezoeken, dat nu een museum is moesten we tot 5 verdiepingen omhoog over hoge treden, maar het lukte😘. Met onze veel duurdere toeristenentree kregen we “gratis” een audioset, maar door het volume van Indiase gidsen was het soms nauwelijks te verstaan. Veel ruimtes in het paleis waren vanwege renovatie gesloten.
Jullie denken vast: wat doen jullie daar, maar het is allemaal zo kleurrijk en er is altijd wel iets te zien dat het genieten blijft als je door het fort loopt.
De prachtige Jain-tempels mochten wij en ook Hindoes de 2 komende dagen niet in vanwege een festival met muziek en dans en het vervangen van vaandels.
Op het plein voor het paleis ontdekten we een terras erboven met heerlijke sapjes en eten en waar je van het gebeuren beneden kon genieten.
De meeste restaurants zitten op daken, dus weer klimmen ( wat zal ik sterke dijen hebben als ik volgend jaar een nieuwe heup krijg).

De laatste dag in Jaisalmer ben ik door een heilige koe aangevallen; kapotte elleboog en blauwe plekken op linkerarm en -dij, dus gelukkig niet al te ernstig. Het is de 2e keer in 25 jaar India, dus valt mee.
De dag ervoor probeerde een knulletje Cor’s portemonnee te rollen; hij had de rits van Cor’s buiktasje al open. Nadat Cor ‘m bij zijn arm gegrepen had kwam hij ons, al steentjes gooiend met vriendjes, achter ons aan. Een oudere man, die dat zag, greep toen in.
Hierna zijn we met nog een nachtje in Jodhpur met de trein naar Ajmer gereisd om van daar naar Pushkar te reizen, waar we een geweldig hotel geboekt hadden met een zitje buiten, een grote tuin en een zwembad; normaal binnen ons budget, maar nu met de camelfair flink aan de prijs. Maar wel heerlijk rustig met uitzicht op de bergen.

Pushkar zelf is wel enorm veranderd; het stikt er van de hotels, restaurants, winkels etc. Pushkar is het hele jaar door een pelgrimsoord vanwege zijn meer, waar pelgrims in baden, maar deze maand in het bijzonder en dan bijzonder volle maan. Hieraan gekoppeld komen handelaren uit heel Rajasthan hierheen om kamelen to kopen en verkopen. Daarnaast zijn er allerlei festiviteiten en een grote kermis.
Ik zal jullie over Pushkar een volgende keer schrijven.

DIWALI IN JODHPUR: GEKKENHUIS!!

Iedereen bedankt voor de mailtjes en berichtjes.
Het gaat goed met ons en we genieten weer volop, maar geen land is zo vermoeiend als India, temeer daar de middenklasse flink gegroeid is en meer te besteden heeft, dus veel meer auto’s en motortjes en Indiase toeristen. Over de titel straks meer.
Ik verliet jullie de vorige keer in Jaipur, waar Cor na een dag weer opgeknapt was, zodat we weer op pad konden en als eerste het City Palace uit 1720 binnen de “roze stad”, genoemd naar de kleur van de roze verf op de gevels, hebben bezocht. De koninklijke familie bewoont nog een deel van het paleis, terwijl de rest nu museum is met textiel, wapens enz. In de audientiezaal stonden 2 enorme zilveren urnen. De Pauwenzaal had 4 schitterende deuren.
De maharadja’s waren echt stinkend rijk. In 1993 hebben we een boek gelezen van de Amerikaanse weduwe van een van de maharadja’s over het leven aan het hof. Daarna naar de Janta Mantar: een grote met gras begroeide omheinde ruimte met 18 enorme stenen astronomische meetinstrumenten, tussen 1728 en 1734 gebouwd in opdracht van een van de maharadja’s, die een groot deel zelf had uitgevonden. Na een lekkere lunch nog naar het Paleis der Winden wat eigenlijk een facade is, waarachter de vrouwen van de koninklijke familie staatsprocessies konden bekijken. Je kunt tegenwoordig overal in India goede koffie krijgen uit een expresso-apparaat bij de keten Coffee Dag.

Het is hier nog steeds 30-35°, zodat we volop van de hoteltuin hebben genoten met ook een dagje rust en lekker lezen want het is overal ontzettend druk met verkeer en mensen.Ze zijn in Jaipur ook een metro aan het aanleggen wat nog extra chaos oplevert. Het is een wonder dat er geen ongelukken gebeuren, maar iedereen manoeuvreert zich door het verkeer; voorwaar een kunst. Motorriksja’s rijden veelal op gas, maar er zijn ook al elektrische.
Met een motorriksja naar het enorme Amberfort met zijn schitterende paleiscomplex. We hebben hier flink omhoog en weer omlaag gelopen! Maar het was het meer dan waard: schitterende binnenpleinen, waarvan er een een miniatuurtuin had met (nu niet) werkende fonteinen; daarachter lagen marmeren kamers die gekoeld werden met water dat door in de wand uitgesneden buisjes werd geleid. De ruimte waar vroeger de privevertrekken van de maharadja’s en de koningen waren, was adembenemend met verfijnde mozaïeken van spiegeltjes en gekleurd glas. Terug naar het hotel nog een stop bij het Waterpaleis dat alleen van de kant te bewonderen is.
Onze laatste dag in Jaipur nog wat door de bazaar gelopen en naar het Centraal Museum in de Albert Hall met aardewerk uit Jaipur, hindoebeelden en Rajasthaanse miniaturen en verder een allegaartje van voorwerpen uit de hele wereld.
Ze zijn het museum aan het renoveren. Er wordt best veel opgeknapt en gebouwd. De grote wegen zijn tot nu toe prima. Wat niet veranderd is, is het kauwen van paan, een opgerold groen blaadje met betelnoot, kalk, limoen en anijszaad, wat een rood sap produceert, waarvan ik altijd bang ben een klodder te moeten incasseren alsmede andere klodders want er wordt flink gespuugd!

We ontmoeten toeristen van over de hele wereld. In het hotel waren veel Italianen en Fransen met een deel van hen handelaren die in hun thuisland flinke winsten maken op textiel, juwelen enz.
Die laatste avond kwam er een groep muzikanten in de tuin spelen, maar in tegenstelling tot de muziek in Almaty in Kazachstaan, deed deze pijn aan onze westerse oren, maar……deze twee “oudjes” hebben wel meegedanst, wat de jongeren weigerden.
1 november zijn we met de bus naar Jodhpur vertrokken; aanvankelijk over een dubbele 3-baans weg, maar na een poos werd het toch een enkele 2-baans weg.
Het landschap was niet erg boeiend; droog met bomen en struiken die niet veel water nodig hebben en velden die geoogst zijn, overal is het vuil en stoffig.
Het gereserveerde hotel zag er aan de buitenkant niet geweldig uit, maar we kregen een grote kamer met zitje en er was een dakterras. Hier hebben we ons 1e biertje gedronken want veel zaken hebben geen vergunning. We eten ook al 3 weken vegetarisch; varkensvlees is er niet vanwege de moslims en rundvlees niet vanwege de hindoes, waar de koe heilig is. Bovendien eten de Indiase mensen ook veelal vegetarisch en het is heerlijk, maar soms wel wat zwaar met de sauzen in tegenstelling tot b.v. Zuid-Oost Azië.

Onze eerste dag hebben we door de oude stad geslenterd, d.w.z. steeds opgeschrikt/opzij springend voor riksja’s, motoren, karren, etc. Het toeteren hebben ze nog niet verleerd; ook niet als je er echt niet langs kunt. Je blijft je ogen uitkijken: schoenmakers, sleutelmakers, vliegermakers, strijkers en noem maar op zijn er te bewonderen.
Jodhpur wordt de “Blauwe Stad” genoemd omdat een deel van de huizen blauw geverfd is. Op de Sardarmarkt waren al volop mensen inkopen aan het doen voor Diwali.
Diwali is het feest van het licht; het goede overwint het kwade. Huizen worden grondig schoongemaakt en er worden nieuwe kleren aangeschaft, voor wie het kan betalen. We zien nog steeds bedelaars en daklozen langs de weg/straat, maar het merendeel heeft het geld daarvoor. Ook wordt er veel zoetigheid gekocht/gegeten. Diwali duurt 5 dagen, waarbij elke dag iets specifieks heeft. Zo was het b.v. 2 dagen geleden de dag van grote aankopen. Vandaag is het de belangrijkste dag, waarbij overal lichtjes worden geplaats en straten zijn verlicht. Gaan straks kijken, vanmiddag was het overal een gekkenhuis.

We kwamen hier in het hotel een Engels stel tegen, die vertelden hoe op de
BBC getoond werd hoe mensen uit een restaurant in Nederland door het raam foto’s stonden te maken van een reanimatie: leuke reklame.
Hebben het fort Meherangahr bezocht, dat er vanuit de verte uitziet of het uit de rots “ontspringt”. Hebben ons met een riksja naar boven laten rijden en zijn naar beneden gelopen. Binnen op een muur zijn handafdrukken te zien van weduwen van Maharadja Man Singh, die in 1843 sati pleegden (sprongen in de brandstapel van de maharadja bij zijn crematie; is al lang verboden).
De appartementen van het paleis zijn nu musea met olifantenzetels, palankijnen, wapens, wiegen enz.
Het bloemenpaleis uit 1724 is schitterend met gebrandschilderde ramen en een plafond van gouden filigreinwerk.
Vanuit het fort goed zicht op de “Blauwe Stad”, waar naartoe we naar beneden gelopen zijn.
De volgende dag het rustigaan gedaan en lekker een poos in de Umaid-tuinen gezeten, waar families aan het picknicken waren en mannen lagen te slapen.
Daarna op de Sardar-markt een plek gevonden waar we vanuit een nis het gekkenhuis konden gadeslaan onder het genot van een kop expresso en wat te eten.

Maandag naar het platteland rond Jodphur met een auto, waar ik bijna een hersenschudding heb opgelopen. De chauffeur zag een grote gleuf (om water af te voeren) in de weg niet, waardoor ik met mijn hoofd tegen het dak kwam en door de auto vloog. Gelukkig kwamen we weer met 4 wielen op de weg.
Allereerst gingen we naar een Bishnoi-dorp (een hindoesekte, die tot de vroegste boomomhelzers horen. Ik zal jullie het hele verhaal hier achter besparen want het wordt geloof ik al een heel epistel). Ze hebben een opium-theeceremonie, die op feestdagen wordt uitgevoerd. Wij hebben daar Indiase chai gedronken en kregen uitgelegd hoe het in zijn werk gaat.
Hebben de oude en nieuwe tempel gezien, Bishnois worden niet gecremeerd, maar begraven.
De volgende stop was een overwinteringsplaats van Siberische kraanvogels. Een machtig gezicht als ze ineens opvliegen. Daarna liepen ze richting een plek waar milletzaad gestrooid werd (200 kilo per dag).
Tot slot hebben we nog demonstraties gezien van pottenbakker, blockprinten en tapijtweven.

Gisteren zijn we naar Mandor geweest per riksja (voor Jodphur de hoofdstad).
Hier staan schitterende cenotafen van de belangrijkste leden van de koninklijke familie. De mooiste was uit 1724 en zijn koninginnen, maitresses, concubine en dienstmaagden pleegden sati.
Het lag in een mooi park met apen en wilde varkens.
De overblijfselen van een fort waren niet erg interessant. Er was een enkelpilarig Paleis, van waaruit de adelijke dames de openbare gebeurtenissen konden zien.
Op de terugweg langs het Umaid Bhawan Paleis gereden, Wat voor de helft een 5 sterren hotel is en voor de rest door de koninklijke familie bewoond wordt. Er werden schitterende oude auto’s tentoongesteld en er was een museum met Europees serviesgoed en -glaswerk en klokken. Jammergenoeg is er verder niets van de prachtige art-decko inrichting te zien.

Vandaag hebben we een rustdag genomen; waren vanmiddag even in de stad, maar daar was het nog een groter gekkenhuis dan de dagen ervoor. Zo dadelijk gaan we alle verlichting eens bekijken.
Sorry dat het zo veel geworden is, maar de afgelopen 3 dagen lag internet eruit en……nu ben ik weer bij😘😄

Vorige Oudere items